Zet een centraal oproepnummer voor wachtdiensten op (organisatie door de huisartsenkringen, in samenwerking met de lokale politie, de brandweer, het Rode Kruis, …). Belt een patiënt dat nummer? Dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel komen de oproepen rechtstreeks bij de dokter van wacht terecht, ofwel gaan ze via een telesecretariaat, zoals Medi-Garde en Memo. Zij noteren de gegevens en de klacht van de beller, en brengen de huisarts van wacht op de hoogte. Het voordeel van dit systeem is dat er meteen ook een andere persoon dan de huisarts op de hoogte is.
In de provincie Antwerpen vindt u sinds 2006 de wachtdiensten van de huisartsen niet meer in streekbladen. De patiënt belt naar een betalend centraal nummer, geeft zijn postcode in en wordt meteen doorverbonden met de arts van wacht. Dat zorgt voor een extra barrière voor agressoren. Op www.wachtpost.be ziet u een voorbeeld van de huisartsenwachtpost Turnhout.
In Gent werkt de huisartsenwachtpost met een onthaalbediende die de afspraak voor de arts van wacht vastlegt. Het voordeel bij huisbezoeken? De patiënt weet niet wie naar zijn huis komt. Dat schrikt sommige agressoren al af.
Voldoet een centraal oproepnummer met bemande oproepcentrale aan de wettelijke voorwaarden? Dan draagt de FOD Volksgezondheid een financieel steentje bij. Dit zijn de wettelijke bepalingen hierover (K.B. van 4 juni 2003):
Art. 4. § 1. Indien één of meer erkende huisartsenkringen voor de gehele bevolking van een huisartsenzone ter organisatie van de huisartsenwachtdienst een systeem van centraal oproepnummer operationeel maken, kunnen bedoelde huisartsenkring(en) aanspraak maken op een aanvullende financiering, onder de volgende voorwaarden:
1° Een billijke financiële bijdrage in de exploitatiekosten wordt geleverd door de betrokken beroepsbeoefenaars of door andere bronnen;
2° Het systeem van centraal oproepnummer wordt georganiseerd in wederzijdse samenwerking met andere beroepsdisciplines van de eerste lijn op contractuele basis;
3° Initiatieven omtrent de veiligheid van de verstrekker worden geïmplementeerd;
4° Rapportering wordt uitgebracht omtrent de vastgestelde kwaliteitsnormen, welke nader kunnen worden bepaald;
5° Het werkingsgebied van het centraal oproepnummer moet samenvallen met één of meer huisartsenzones.
§ 2. De aanvullende subsidiëring gebeurt onder de vorm van een jaarlijks forfaitair bedrag à rato van 0,175 euro per inwoner in de betrokken huisartsenzone.